Bisschop Van den Hende bezoekt Mission to Seafarers en Rotterdamse haven
Aandacht en gebed voor zeevarenden ver van huis
Foto’s: Bisdom Rotterdam
Op dinsdag 17 februari bracht bisschop Van den Hende een bezoek aan de Mission to Seafarers. Vanuit deze instelling onderhouden geestelijk verzorgers van de Anglicaanse Kerk contact met mensen die werkzaam zijn in de zeevaart. De Mission to Seafarers is aanwezig in 200 havens in 50 landen.
De Mission to Seafarers is ook actief in de haven van Rotterdam. Hun centrum is de Flying Angel Club. In dit ‘Zeemanshuis’ kunnen zeevarenden terecht voor een drankje en ontspanning. Er is een kapel, gratis wifi, er zijn biljart- en tafeltennistafels, en ook boeken en kleding.
De bisschop wordt ontvangen door Michael Roden en Jenni Pridmore. Zij zijn verbonden aan de Anglicaanse parochie in Den Haag en de Anglicaanse-Episcopaalse parochie in Rotterdam. Ook aanwezig zijn Mark Hafkenscheid, teamleider van de Mission to Seafarers, en Daniel Odhiambo, teamlid. Zij bezoeken schepen in de haven, zijn beschikbaar voor pastorale gesprekken en bieden praktische hulp. Jenni Pridmore is voorzitter van de Stichting Zeemanshuis Flying Angel.
De containerschepen die worden bezocht, zijn grote zeeschepen met een bemanning van slechts twintig tot dertig mensen. Zij werken in een continu rooster van zes uur op, zes uur af. Zeevarenden zijn vaak maanden achtereen van huis, soms tot wel negen maanden.
V.l.n.r. Jenni Pridmore, Daniel Odhiambo, bisschop Van den Hende, Michael Roden, Mark Hafkenscheid.
Jenni Pridmore vertelt dat het een eenzaam bestaan is, ver van familie en vrienden. Michael Roden merkt op dat zeevarenden in Rotterdam steeds korter aan wal zijn. Het is kostbaar voor schepen om in de haven te liggen, waardoor de verblijfsduur zo kort mogelijk wordt gehouden. Bovendien liggen sommige schepen ver van de stad. De Mission to Seafarers komt daarom bij hen op bezoek.
Het leven op zee is zwaar en kan gevaarlijk zijn. Danny Odhiambo vertelt dat er veel geestelijke problemen voorkomen. Hoewel er internet aan boord is, maakt dat het leven soms juist moeilijker. Zeevarenden horen over ziekte en zorgen thuis, maar kunnen er niet bij zijn. Ze horen over vreugdevolle gebeurtenissen, maar missen ook die momenten.
De bezoeken van de Mission worden gewaardeerd, zegt hij, omdat zij komen om te luisteren en een echt gesprek te voeren. Mensen vertrouwen je. Je hoort de mooie én de verdrietige verhalen. Jenni Pridmore vult aan dat het is zoals in de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen: blij zijn met degenen die lachen en huilen met wie verdriet hebben (Romeinen 12, 15).
Aan het Zeemanshuis zijn ook vrijwilligers verbonden. Het is voor internationale studenten, die zelf ver van huis zijn, een mooie plek om zich in te zetten, vertelt Jenni Pridmore. Zij kunnen bijvoorbeeld bardiensten draaien en in gesprek gaan met zeevarenden. Het geeft studenten het gevoel ergens bij te horen en iets voor een ander te kunnen betekenen.
Bisschop Van den Hende herkent dit vanuit de internationale studentenparochie. In Rotterdam helpen katholieke studenten bijvoorbeeld mee bij de zusters van Moeder Teresa. “Het netwerk van liefde, dat de Kerk is, zoekt partners om samen te werken aan een beschaving van liefde. En je hebt mensen nodig die als vrijwilliger dat netwerk mee willen vormen.”
Ook het katholieke pastoraat voor zeevarenden maakt deel uit van dat netwerk. Het heet “Stella Maris” en is wereldwijd actief in 350 havens in 54 landen. De bisschop benadrukt: “De zorg voor zeevarenden is niet zomaar pastoraat. Het is in wezen ook diaconie.” Lange tijd (1997-2022) was de inmiddels overleden pater Frits Maas mhm vanuit de katholieke instelling Stella Maris werkzaam in de haven van Rotterdam. Bisschop Van den Hende spreekt de hoop uit dit jaar één of twee buitenlandse priesters te kunnen benoemen voor deze internationale vorm van pastoraat en zielzorg in de haven van Rotterdam.
Dat veel zeevarenden de Filipijnse nationaliteit hebben, blijkt tijdens het bezoek van de bisschop aan twee schepen deze middag. De schepen liggen aan het uiterste punt van de Tweede Maasvlakte. Vanuit Schiedam is het ongeveer een half uur rijden. Op een van de schepen krijgt de bisschop een rondleiding en ziet hij waar wordt gewerkt en geleefd. Op de bovenste verdieping biedt de stuurhut uitzicht op het laden en lossen van containers.
Tijdens het bezoek overhandigt de bisschop aan bemanningsleden een rozenkrans. Het bezoek wordt afgesloten met een gebed van de bisschop voor zegen over het werk van de zeevarenden, voor hun veiligheid en voor hun families.
“We hebben gebeden dat zij zich als mensen die in den vreemde zijn thuis mogen weten bij de Heer”, aldus de bisschop. “Je ziet dat zeker de Filipijnse bemanning blij is dat er aandacht is vanuit de Kerk”, zegt hij na afloop. “Ze laten hun geloof heel makkelijk spreken en hebben veel vertrouwen in de Heer, terwijl ze hun werk dat veel risico’s en moeilijkheden heeft, volbrengen gedurende lange periodes op zee.”
“Het is belangrijk dat wij als Kerk, als een netwerk van liefde, niet ophouden bij de kust, maar er ook zijn voor mensen die in den vreemde zijn, en dat zeevarenden de zorg en ondersteuning krijgen in hun geloofsleven vanuit de Kerk.”
Meer informatie: