Paus Leo over de Veertigdagentijd als tijd van bekering
De paus roept op om te luisteren, te vasten en de Veertigdagentijd samen te beleven
De Veertigdagentijd begint op Aswoensdag. (Foto: Ahna Ziegler via Unsplash)
Op Aswoensdag 18 februari begint de Veertigdagentijd, de periode van voorbereiding op Pasen. Onder de titel “Luisteren en vasten: de Veertigdagentijd als tijd van bekering” publiceerde paus Leo XIV zijn boodschap voor de Veertigdagentijd 2026. Deze tijd is volgens hem een kans “om vernieuwing in ons geloof te vinden”.
De paus legt in zijn boodschap drie accenten: luisteren, vasten en het samen beleven van de Veertigdagentijd.
Bekering begint met luisteren en ruimte maken voor het Woord. “De bereidheid om te luisteren is de eerste manier waarop wij tonen dat wij een relatie met iemand willen aangaan.” De paus spreekt over “leren luisteren zoals God luistert”. Dat betekent ook erkennen dat de situatie van de armen een appel op ons doet.
Daarnaast onderstreept hij het belang van vasten. Dit is een concrete manier om ons voor te bereiden op het ontvangen van het woord van God. Bovendien helpt vasten om verlangens te ordenen en “onze honger en dorst naar gerechtigheid levend te houden en ons te bevrijden van zelfgenoegzaamheid.”
“Een praktische en vaak ondergewaardeerde vorm van onthouding: afzien van woorden die onze naaste beledigen en kwetsen.”
Bijzonder concreet wordt de paus in zijn oproep tot “een zeer praktische en vaak ondergewaardeerde vorm van onthouding”. Hij roept op om in de Veertigdagentijd af te zien “van woorden die onze naaste beledigen en kwetsen. Laten wij beginnen met ons taalgebruik te ontwapenen, harde woorden en overhaaste oordelen te vermijden, ons te onthouden van laster en geen kwaad te spreken over wie niet aanwezig is en zich niet kan verdedigen.”
Tot slot benadrukt hij het gemeenschappelijke karakter van deze tijd. De Veertigdagentijd is een weg die we samen gaan.
De paus hoopt dat deze Veertigdagentijd ons brengt tot grotere aandacht voor God en voor de minsten onder ons, dat ons vasten zich ook uitstrekt tot ons taalgebruik, en dat onze gemeenschappen ontvankelijk zijn voor de roep van de mensen die lijden en dat ons luisteren naar hen “wegen opent naar bevrijding, zodat wij bereid en verlangend zijn bij te dragen aan de opbouw van een beschaving van liefde.”