“Ik neem afscheid van het bureau, maar niet van het bisdom”
Interview met Annemieke de Jong bij haar pensionering
Op 12 november neemt Annemieke de Jong afscheid van het bisdombureau vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Na 34 jaar dienstverband kijkt zij terug op een lange loopbaan in dienst van het bisdom. Maar van een echt afscheid wil ze niet spreken. “Ik neem afscheid van het bisdombureau, want dat is natuurlijk klaar. Ik beëindig mijn werkzaamheden. Maar ik neem geen afscheid van bisdom waar ik woon en naar de kerk ga, en waarmee ik mij verbonden voel.”
Wanneer ben je bij het bisdom begonnen?
“Op 1 oktober 1992. Ik had Nederlandse taal- en letterkunde gestudeerd en werkte daarna ongeveer zes jaar in het bedrijfsleven als productmanager bij een direct-mailbedrijf. In die periode zag ik een advertentie voor de functie van secretaresse van de vicaris-generaal van het bisdom Rotterdam. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Ik was toen 33 jaar. Inmiddels zijn we 34 jaar verder.”
Was de Kerk toen al een vertrouwde omgeving voor je?
“Ja. Mijn ouders hebben ons opgevoed in de katholieke traditie. Ze waren ook actief als vrijwilliger in de parochie. Mijn vader was secretaris van het parochiebestuur en mijn moeder zat in de liturgiegroep en was betrokken bij allerlei activiteiten rond de missie. Zo breide ze kinderkleertjes voor missionaire projecten. Het kerkelijk leven heb ik dus van huis uit meegekregen.”
“Maar het bisdom was nieuw voor me. Er ging er een compleet nieuwe wereld voor me open. Ik kende één parochie, maar had geen idee van alles wat daaromheen bestaat: het bisdom, de vele parochies, de mensen die daarbij betrokken zijn.”
Je werkplek was toen ook al aan het Koningin Emmaplein?
“Ja. Vanaf de oprichting van het bisdom in 1956 woonde de bisschop hier. Het woon- en werkgedeelte bevond zich op de nummers 3 en 4. Nummer 5 is later aangekocht. In de begintijd was het echt een woonhuis. Ik heb nog meegemaakt dat er zusters woonden die werkzaam waren in de huishouding van de bisschop.”
Je begon als secretaresse van de vicaris-generaal, maar daar bleef het niet bij.
“Toen Mgr. Van Luyn bisschop werd, vroeg hij mij of ik zijn secretaresse wilde worden. Daar heb ik ja op gezegd. Later ben ik managementassistente geworden en kwam de bisdomstaf meer in beeld. Uiteindelijk werd ik ambtelijk secretaris van de bisdomstaf. Bij iedere functie kwamen nieuwe verantwoordelijkheden en werkzaamheden. De inhoud van het werk bleef in zekere zin altijd hetzelfde en je probeert je werk zo goed mogelijk te doen.”
Wat waren voor jou de belangrijkste werkzaamheden?
“Afspraken maken, agenda’s beheren, correspondentie verzorgen, verslagen maken en actiepunten uitzetten en bewaken. Uiteindelijk draait het allemaal om één ding: ervoor zorgen dat de mensen voor wie je werkt en met wie je werkt hun werk zo goed mogelijk kunnen doen.”
Als je terugkijkt, wat springt er dan uit als hoogtepunt?
“Dat vind ik een moeilijke vraag. Natuurlijk waren er bijzondere momenten, zoals de inbezitname van de bisschopszetel door Mgr. Van den Hende. Maar iets wat elk jaar terugkomt en voor mij altijd bijzonder blijft, is de chrismamis. Dan vier je met het hele bisdom samen. Op zo’n moment denk ik: dit zijn wij allemaal samen. Dat is belangrijk, omdat het goed is elkaar in het vizier te houden.”
“De mensen in de parochies en op het bisdombureau maken deel uit van dezelfde gemeenschap. Rondom een kerksluiting had ik bijvoorbeeld veel contact met parochies en ging ik met de vicaris-generaal naar hoorzittingen. Dat zijn vaak moeilijke trajecten. De pijn wordt in de parochie gevoeld en ook door ons. Je moet het samen doen.”
Was je als jongere zelf actief in de parochie?
“Ja, ik zat in een jongerentekstgroep. Wij bereidden jongerenvieringen voor. Dat waren de jaren zeventig, met beatmissen, spiegelverhalen en eigen liturgische vormen. Nu zing ik al vele jaren in de kathedraal. Achteraf denk ik: het zou mooi zijn geweest als iemand mij eerder had verteld dat het ook anders kon. Ik geniet nu bijvoorbeeld erg van de antwoordpsalm. Die vormt een doorgaande lijn met de lezingen en het evangelie. Het zijn geen willekeurig gekozen teksten. ‘Zingen is dubbel bidden’, zegt Augustinus. Of liever gezegd: ‘Een hart dat liefheeft zingt’.”
“En als ik niet met het koor hoef te zingen, zit ik op zondag gewoon in de kerk. De zondagse eucharistie is voor mij belangrijk. Je zou kunnen zeggen: een auto moet af en toe tanken om de weg op te kunnen. Zo heb je ook voor je leven voeding nodig. Soms wordt de keuze die je maakt of de handeling die je doet echt ingegeven door wat je op zondag in de homilie hebt gehoord. Het staat niet los van elkaar. Uiteraard valt er altijd nog veel te verbeteren, maar al met al is dat wel de rode lijn. En ook wat je in de week meemaakt, kun je weer overdenken in de zondagse eucharistieviering. Dus ik zou niet goed zonder kunnen.”
Tot slot: wat wil je nog graag meegeven?
“Ik ben dankbaar voor alle jaren waarin ik hier heb mogen werken, voor de mogelijkheden die ik heb gekregen en ik ben dankbaar voor de opvolging die is gevonden.”